1.HTML
Het Word Wide Web (kortweg 'het Web' genaamd of WWW) is in het einde
van de jaren tachtig ontwikkeld door het Europese laboratorium voor
elementairedeeltjesfysica (CERN) in Genève, Zwitserland en is gebaseerd
op de eenvoudige opmaaktaal Hyper Text Markup Language (HTML). Dankzij
HTML is het mogelijk om pagina's op het Web te maken die zijn voorzien
van tekst, geluid, illustraties en bewegende beelden. Met speciale
software (de zogenaamde browsers) kunnen de Web-pagina's gelezen
worden. Het WWW vormt daarmee een zeer toegankelijke grafische
omgeving. Het WWW dankt zijn grote populariteit met name aan deze
grafische mogelijkheden.
Eén van de belangrijkste kenmerking van HTML is de mogelijkheid om
documenten met elkaar te verbinden via automatische verwijzingen,
aangeduid als hyperlinks of kortweg links. Door een hyperlink te
activeren, belandt de internetgebruiker op een andere Web-pagina.
Dankzij deze techniek kan verwante informatie aan elkaar gekoppeld
worden, zonder dat deze zich op dezelfde computer hoeft te bevinden.
Hierdoor ontstaat een intuïtieve en toevallige manier om informatie te
verzamelen.
Het Web was oorspronkelijk alleen bedoeld voor gebruik
door wetenschappers en niet voor het grote publiek. Commercieel gebruik
van het Web begon pas in 1994. Tegenwoordig worden de standaards van de
webtechnologie gecontroleerd door een groep die bestaat uit leden van
de industriële en universitaire wereld, het W3 Consortium, kortweg W3C.
[omhoog]
2.CSS
Cascading Style Sheets (afgekort tot CSS) is een techniek
voor de stijl (vormgeving) van webpagina's. De informatie over de
vormgeving wordt toegevoegd aan de HTML-code van het document. Die
informatie kan in het document zelf staan, maar ook in een extern
document dat wordt geïmporteerd. Een dergelijk apart geïmporteerd
document wordt ook wel stylesheet genoemd. Een stylesheet biedt de
mogelijkheid inhoud en vormgeving van een document van elkaar te
scheiden en op die manier een consistente vormgeving over meerdere
documenten te bereiken. [omhoog]
3.XML
XML staat voor Extensible Markup Language, wat zoveel
betekent als een taal om iets mee te beschrijven, bijvoorbeeld een
andere taal. XML is afgeleid van de Standard Generalized Markup
Language (SGML) om het eenvoudiger te maken om documenten over het web
te delen. Met SGML was dit ook reeds mogelijk maar dit was een
ingewikkelde taal waardoor het niet eenvoudig was deze toe te passen.
XML heeft alleen de veel gebruikte onderdelen overgenomen.
Sinds de introductie van XML door het World WIde Web
Consortium (W3C) in 1999, heeft XML een enorme vlucht doorgemaakt. XML
wordt veel gebruikt op het web voor het standaardiseren van de
presentatie van documenten. Daarnaast vindt men XML techniek vaak terug
in interfaces, een interface is een stukje software dat de communicatie
tussen twee andere stukken software mogelijk maakt. Vaak is het niet
mogelijk om oude database systemen te laten communiceren met de huidige
webapplicaties. Een interface op basis van XML zorgt er voor dat de
berichten tussen beide systemen worden vertaald. [omhoog] 4.Javascript
JavaScript is een soort programmeertaal voor HTML-documenten. De server stuurt het complete
document, dus inclusief de html en de javascript over het net naar de
gebruiker. Javascript kan onder andere: - formulieren en andere invoer valideren navigeren tussen verschillende pagina`s
- berekeningen uitvoeren
- animaties weergeven op een pagina
Zelfs zonder ook maar enige informatie over het net te sturen kun je
met JavaScript bijvoorbeeld controleren of een invulformulier wel
volledig is ingevoerd en bijvoorbeeld de gebruiker waarschuwen dat er
iets niet klopt.
Ondanks het feit dat JavaScript vergeleken met bijvoorbeeld Java een eenvoudige taal is, zijn de mogelijkheden talrijk. Door snellere internetverbindingen en computers wordt Javascript tegenwoordig steeds meer toegepast voor ondersteuning bij interactieve webapplicaties. [omhoog]
SERVER-SIDE SCRIPTALEN
Wat server-side scripttalen onderscheidt van client-side
talen zoals Javascript is dat de code op de webserver wordt uitgevoerd,
en niet door de computer van de eindgebruiker. Als een serverside
scripttaal zoals bijvoorbeeld PHP of ASP wordt gebruikt, zal de browser
de alleen de resultaten van het script ontvangen en zal deze op geen
enkele manier kunnen achterhalen wat de onderliggende code is. [omhoog] 5.PHP
PHP
(officieel "PHP: Hypertext Preprocessor") is een veel
gebruikte Open Source general-purpose scripting taal die speciaal is
uitgerust voor Web development en kan in HTML worden ingekapseld.
Wat PHP onderscheidt van client-side talen zoals Javascript is dat de
code op de server wordt uitgevoerd. Als een PHP script wordt gebruikt,
zal de browser de resultaten van het script ontvangen en zal deze op
geen enkele manier kunnen achterhalen wat de onderliggende code is. [omhoog]
6.AJAX
Ajax (Asynchronous Javascript And XML) is een term voor het
ontwerp van interactieve webpagina's waarin asynchroon gevraagde
gegevens worden opgehaald van de webserver. Daardoor hoeven dergelijke
pagina's niet in hun geheel ververst te worden. Zo'n pagina is te
vergelijken met een applicatie die in de browser draait. [omhoog] 7.MySQL
MySQL is een database server. MySQL is een krachtige
client/server implementatie die bestaat uit een server daemon mysqld en
veel verschillende client programma's en libraries.
Een database maakt het opslaan, updaten en opvragen van informatie
gemakkelijk. U kunt MySQL bijvoorbeeld gebruiken om producten- en
klanteninformatie te verkrijgen en op te slaan voor een website. MySQL
is ook snel en flexibel genoeg om logs en plaatjes op te slaan.
De belangrijkste doelen van MySQL zijn snelheid,
stabiliteit en gebruiksgemak. MySQL is ontwikkeld door TcX omdat die
zelf een database-server nodig hadden die grote databases kon hanteren
met een snelheid die vele malen groter was dan alles wat toendertijd op
de markt verkrijgbaar was. MySQL wordt sinds 1996 bij hen gebruikt met
meer dan 40 databases die 10.000 tabellen omvat, waarvan 500 meer dan 7
milioen records bevatten. Dit is ongeveer 100 gigabytes aan
bedrijfskritieke data.
MySQL gaat veelal in combinatie met PHP.
[omhoog]
8.ASP
ASP staat voor Active Server Pages en is van oorsprong een
Microsoft technologie. Met ASP kunnen websites gemaakt worden met een
dynamisch karakter. Zo is het met ASP mogelijk om gegevens uit een
database te verwerken in de web-pagina.
Zoals een 'gewone' website uit HTML bestanden bestaat, bestaat een ASP
website uit ASP pagina's. Een ASP pagina lijkt op HTML, maar bevat ook
scripts die op de server worden uitgevoerd voordat het resultaat naar
de bezoeker gestuurd wordt, waardoor de pagina's dynamisch opgebouwd
kunnen worden.
PHP is de grote tegenhanger van ASP. Omdat bijna elke
provider PHP en/of MySQL ondersteunt, geeft Stel-IT de voorkeur gegeven
aan de PHP-scripting in combinatie met MySQL. [omhoog]
9.CGI
CGI = Common Gateway Interface. CGI is een manier om via
het web een programma te starten op uw domein met behulp van de
programmeertaal PERL.
Het starten van programma's op een internet server is altijd een
beveiligingsrisco omdat misbruik van dit recht eenvoudig is als er geen
adequate maatregelen worden genomen door de Internetserver om misbruik
uit te sluiten. U kunt met CGI & PERL uw website tot leven brengen
met allerlei interactieve toepassingen.
Omdat PHP alle taken kan overnemen van CGI, en niet alle CGI-scripts
zijn toegestaan op sommige webservers, geeft Stel-IT de voorkeur aan
PHP scripting. [omhoog] |